Samen koers zetten naar

halen klimaatdoelen in veehouderij

Op 28 juni 2019 presenteerde het kabinet het Nationaal Klimaatakkoord.Nationaal Klimaatakkoord:
Een verzameling van maatregelen die het kabinet-Rutte III in juni 2019 aankondigde. Doel is de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen en zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken. Meer dan 100 partijen (overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties) hebben in 2019 gewerkt aan de maatregelen waarmee Nederland zijn CO2-uitstoot bijna halveert vergeleken met 1990.
Meer dan 100 partijen, waaronder de rijksoverheid en het bedrijfsleven, zijn bij de onderhandelingen betrokken geweest. In 2030 wil Nederland bijna de helft minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990.


In het Klimaatakkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 megaton CO2-equivalenten CO2-equivalenten:
De uitstoot van de broeikasgassen wordt meestal uitgedrukt in CO2-equivalenten, afgekort CO2-eq. Dit is een rekeneenheid om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken. Het is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP): de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect.
te verminderen om dit doel te halen. Voor vijf sectoren zijn afspraken gemaakt: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw en landgebruik. De klimaatopgave gaat immers alle sectoren in Nederland aan, dus ook de veehouderij. 

Veehouderij en klimaat

In de veehouderij komen broeikasgassen vrij, waaronder methaan (CH4), lachgas (N2O) en het bekende koolstofdioxide (CO2). Methaan komt in de veehouderij vooral vrij uit de dieren zelf ( enterisch methaanEnterisch methaan:
Enterisch methaan is methaanemissie uit het dier. Het methaan wordt door bacteriën gevorm in het maag-darm kanaal bij het verteren van voer. De methaanemissie is per ras en zelfs per individueel dier verschillend.
, met name bij runderen) en uit de mest van veehouderijbedrijven met runderen, varkens en geiten. Voor de veehouderij is methaan het belangrijkste broeikasgas. 

Klimaatdoelen

In het Klimaatakkoord is de ambitie afgesproken dat de emissies Emissies:
Uitstoot. De term emissies wordt gebruikt voor de uitstoot van broeikasgassen, fijnstof en andere schadelijke stoffen.
van broeikasgassen Broeikasgassen:
Gassen in de atmosfeer van de aarde (of een andere planeet) met het vermogen om warmtestraling te absorberen en geleidelijk in alle richtingen weer af te geven. Deze gassen zorgen ervoor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden: het broeikaseffect. Zonder deze broeikasgassen is er geen leven op aarde mogelijk: de temperatuur zou gemiddeld -180C zijn. Naast koolstofdioxide (CO2) gaat het om lachgas (N2O, distikstofoxide), methaan (CH4) en de fluorhoudende gassen (F-gassen).
in de veehouderij in 2030 met 1,2 tot 2,7 megaton CO2-equivalenten Megaton CO2-equivalenten:
De broeikasgasuitstoot wordt doorgaans uitgedrukt in megaton CO2-equivalenten (1 megaton = 1 miljoen ton = 1 miljard kilogram). CO2-equivalenten worden gebruikt om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen. De omrekening is gebaseerd op het Global Warming Potential (GWP) – dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect.
zijn verminderd. Voor de gehele ‘Landbouw en landgebruik’ sector wordt door partijen geambieerd om per 2030 een reductie van 6 megaton CO2-equivalenten te realiseren. Het uiteindelijke doel is om aan de klimaatdoelen te voldoen, waarbij de bedrijfsresultaten van veehouderijbedrijven verbeteren en toekomstperspectief voor agrarische ondernemers wordt behouden.

Onderzoek in de praktijk

In de periode van 1990 tot en met 2020 zijn de emissies van broeikasgassen en ammoniak in de veehouderij reeds verminderd en is de veehouderij duurzamer geworden. Het onderzoek ‘Veehouderij & Klimaat’ is opgezet om veehouders praktische aanknopingspunten te geven om ook na 2020 verder te kunnen verduurzamen. Het onderzoek is in 2018 gestart. Op veehouderijbedrijven zijn emissies gemeten, meetsystemen getest en is het effect van bepaalde reductiemaatregelen onderzocht. De onderzoeken vinden plaats in de praktijk, op in totaal 24 veehouderijbedrijven en proefbedrijven van Wageningen University & Research (WUR). Een integrale aanpak Integrale aanpak:
Een allesomvattend aanpak waarbij naar het gehele veehouderijbedrijf wordt gekeken. Het gaat daarbij niet alleen om broeikasgassen, maar om alle facetten die belangrijk zijn voor het bedrijf, zoals inkomen, biodiversiteit, dierenwelzijn en overige emissies.
staat in het onderzoek voorop: naast methaan is er aandacht voor het meten en reduceren van ammoniak en andere milieu emissies.

Hoopvolle resultaten

Het onderzoek biedt voldoende aanknopingspunten om de emissies in de periode naar 2030 (en daarna) te reduceren. De metingen op veehouderijbedrijven laten verschillen zien in de emissies tussen bedrijven én tussen dieren. Van deze verschillen kunnen we veel leren over hoe de emissies te verminderen op een veehouderijbedrijf. Daarnaast zijn voer-, dier- ,stal- en mestoplossingen op veehouderijbedrijven toegepast en is onderzocht of dit bijdraagt aan verduurzaming van bedrijven en leidt tot minder emissies. Door het voer van dieren te optimaliseren is het mogelijk om emissies te reduceren en vanaf 2025 voorzien we dat fokkerij op een lagere methaanuitstoot bij koeien mogelijk is. Veranderingen in het microbioom in het maag-darm kanaal en de stofwisseling bij runderen kunnen zorgen voor minder emissies. Op het gebied van stal- en mestsystemen blijkt het ook mogelijk om emissies te reduceren. Centraal daarbij staat het voorkomen dat methaan en ammoniak ontstaan in de mest in de stal of in de mestopslag. Tevens zijn er mogelijkheden om methaan om te vormen (methaanoxidatie) of juist op te vangen en te benutten als biogas (vergisting).

Praktijkrijpe oplossingen

Het is van belang om de komende jaren meer oplossingen praktijkrijp te maken en uit te testen samen met veehouders. Veehouders willen integrale oplossingen. Op een veehouderijbedrijf hangt immers alles met alles samen. Elke maatregel om methaan en ammoniak te verminderen, moet vanuit deze samenhangende keten op bedrijfs- en sectorniveau worden beoordeeld. Praktijkonderzoek op veehouderijbedrijven is essentieel om deze stap te kunnen zetten.

Integrale aanpak

De komende jaren gaan overheid, bedrijfsleven, onderzoekers en veehouders samen aan de slag om nieuwe oplossingen te vinden en verder in de praktijk uit te testen. De financieel-economische aspecten worden nadrukkelijk ook in het onderzoek betrokken. De zoektocht is naar integrale maatregelen die de bedrijfsresultaten van veehouders verbeteren en door een verbeterde omgang met voer, dier, stal en/of mest zorgen voor minder emissies. Doel van het onderzoek is praktische maatregelen te identificeren die de bedrijfsresultaten verbeteren, de emissies van methaan en ammoniak verlagen, passen bij een kringlooplandbouw en geen negatief effect hebben op onder meer dierenwelzijn, diergezondheid, weidegang, inkomen of biodiversiteit. Efficiëntie, haalbaarheid en rentabiliteitRentabiliteit:
De mate waarin iets winstgevend is.
staan daarbij voorop. Integrale maatregelen dus, met voor elk bedrijf keuze voor passende maatregelen en die bijdragen aan een goed toekomstperspectief voor de veehouderij in Nederland.