Dierspoor: 

 emissies van individuele koeien

In het onderzoek zijn van 1.411 individuele koeien op 12 melkveebedrijven gegevens verzameld van de methaanuitstoot.


Deze data zijn gebruikt om te analyseren of de genetische aanleg van de koe een rol speelt bij de hoeveelheid methaanemissie. Alle koeien zijn daarom ook op merkers getest. Dit betekent dat het genotypeGenotype:
Het genotype is de verzameling eigenschappen van een individueel dier die is geërfd van de ouderdieren. De eigenschappen zijn dan genetisch bepaald.
van deze koeien is vastgesteld en DNADNA:
Het DNA is een soort verzamelpakket van erfelijke informatie. Deze pakketten zijn opgebouwd uit afgebakende kleinere stukjes DNA die genen worden genoemd. Elk gen bevat de informatie voor de specifieke vorming van een eiwit. Zij geven erfelijke eigenschappen door, zoals de haar- en oogkleur. Bij melkkoeien is het DNA ook belangrijk voor bijvoorbeeld de hoeveelheid emissies en melkgift.
-informatie is verzameld. 

Meetmethoden

Onderstaande tabel met de gemeten gemiddelde methaan- en koolstofdioxideconcentraties per koe, per dag laat zien dat er grote verschillen zijn tussen de melkveebedrijven. 


Metingen van methaan- en koolstofdioxide-emissies bij individuele koeien op 12 melkveebedrijven. Methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2) zijn uitgedrukt als concentraties in de lucht (ppm) per dier per dag. 

Metingen van methaan- en koolstofdioxide-emissies bij individuele koeien  

Methaan (CH₄) en koolstofdioxide (CO₂) zijn uitgedrukt als concentraties 

in de lucht (ppm) per dier per dag. 

Bron: Onderzoek Enterisch methaan: de variatie in emissies in de Nederlandse veestapel, WUR (publicatie verwacht in 2021)

De volgende figuur laat zien dat er ook grote verschillen zijn tussen de methaanuitstoot van individuele koeien. 

Spreiding van de gemiddelde methaanemissie per koe

Methaan (CH₄) uitgedrukt als concentraties in de lucht (ppm)
tijdens testperiode bij alle melkveebedrijven.

Bron: Onderzoek Enterisch methaan: de variatie in emissies in de Nederlandse veestapel, WUR (publicatie verwacht in 2021)

Dit onderzoek laat zien dat 15% van de variatie tussen koeien wordt verklaard door de genetische aanleg van de koe (voor melkproductie is dit 30%, voor uiergezondheid/mastitis is dit rond de 5%). Voordat het mogelijk is om in de praktijk te gaan fokken op lagere methaanemissies, zijn er nog een paar openstaande vragen, waarvan de belangrijkste:

  • Wat zijn de genetische correlatiesCorrelaties:
    Statistisch begrip voor de samenhang of het verband tussen twee verschijnselen, twee variabelen. Een hoge correlatie betekent dat beide verschijnselen relatief vaak samen voorkomen.
    (verband) tussen methaanemissie en andere kenmerken van de koe, zoals vruchtbaarheid, gezondheid en productie?
  • Wat is het genetische verband tussen methaanemissie en andere duurzaamheidsdoelen, zoals de mineralen-efficiëntie (N, P)?

Genetische selectie koeien mogelijk

Genetische selectie via fokkerij is een interessante methode om minder methaanuitstoot te realiseren. Het brengt voor de veehouder blijvende resultaten met zich mee, tegen relatief lage kosten. Fokkerij zorgt ook voor een cumulatief effect: ieder jaar een reductie van 1% zorgt op termijn voor een grote reductie.


Het onderzoek laat zien dat de methaanuitstoot van een koe mede bepaald wordt door haar erfelijke aanleg (ongeveer 15% is erfelijk gerelateerd). Er is dus voldoende ruimte om dieren te selecteren voor van fokkerij gericht op lagere emissies (nature). Het overige deel van de verschillen is mogelijk te sturen via het voer en het veranderen van de opfokperiode (nurture).

Effect van fokdoel gericht op methaanreductie

In gram CH₄ per kilogram melk

Afhankelijk van de mate waarop wordt geselecteerd op emissie, verwachten we dat dit al in 2030 zou kunnen zorgen voor 6-11% reductie van de methaanuitstoot. Richting 2050 zou fokkerij uiteindelijk kunnen leiden tot een reductie van de methaanuitstoot tot circa 29%.